Waarom in het Nederlands zoveel werkwoorden achter elkaar hebben kunnen blijven staan

werkwoordtreintje

 

'Werkwoordtreintje', kent u die uitdrukking? Taalleerkrachten noemen dat een 'werkwoordelijke eindgroep'. Het gaat om een grammaticale constructie waarbij een aantal opeenvolgende werkwoorden - zonder tussenvoegingen of leestekens - aan het eind van een zin achter elkaar staan.

Om een excessief voorbeeld te geven: "...dat ik hem zou willen hebben zien durven blijven staan kijken".

Complex en gezocht, maar correct en toch nog redelijk begrijpbaar. Ook de volgorde '...dat ik hem kijken staan blijven durven zien hebben willen zou' is grammaticaal correct, maar geen kat vindt er haar jongen nog in terug.

Nu wil het geval dat van alle West-Germaanse talen alleen het Nederlands dit soort lange werkwoordstapelingen kent. In het Duits kunnen bijvoorbeeld niet meer dan vier infinitieven hintereinanderstehen : "... sich dabei nicht stören lassen können sollen".

Je zou denken dat een taal naar minder complexe constructies zou hebben moeten kunnen blijven evolueren, maar dat is bij het Nederlands kennelijk niet het geval. In het Middelnederlands stonden er maximum twéé werkwoorden achter elkaar ("zal blijven", "gekomen is"...)

Griet Coupé promoveerde vrijdag aan de Radboud Universiteit op een proefschrift over de toenemende frequentie en de evolutie van lange werkwoordclusters in het Nederlands. Inderdaad, mevrouw Coupé bestudeert werkwoordtreintjes.

bron: radio1.be

Your device does not support this media type
Popout

Werkwoord­treintjes

Griet Coupé
Nieuwe feiten, Radio 1
10 juni 2015