VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx over taal in media en onderwijs

foto: Kristof Ghyselinck

foto: Kristof Ghyselinck

 

"Pas maar oep! Of ik zal u 's een toek op uw bakkes geven!" Zo'n uitspraak van Frank Bomans van de Eén-soap Thuis geeft mooi aan dat de taal die we elke dag horen, met radio en televisie als voornaamste spreekbuis, veel variatie vertoont en allang niet meer beantwoordt aan een eenduidige standaard. "Het heeft dan ook geen enkele zin", zo weet VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx vanuit zijn werk bij de openbare omroep, "om het bestaan van een tussentaal te ontkennen". Maar Hendrickx, die ook hoofdredacteur is van Van Dale, benadrukt tegelijk dat jongeren goed moeten leren wanneer ze zo'n variant als de tussentaal wel of niet kunnen gebruiken.

"Wakker het taalgevoel bij jonge mensen aan!"

Ruud Hendrickx is een man van het woord, het mooi gesproken en geschreven Nederlands. Wie in zijn boeken of op VRTTaalnet zijn columns leest, merkt met hoeveel plezier hij naar onze taal en haar eigenaardigheden kijkt. En jazeker, voor zijn advieswerk bij de Vlaamse openbare omroep is en blijft de standaardtaal daarbij zijn richtsnoer. Dat is trouwens zo bij decreet vastgelegd.

Maar als taalkundige - die zelf nog als germanist werd opgeleid volgens de strikte, Noord-Nederlandse norm - weet Hendrickx maar al te goed hoe snel taal vandaag evolueert. Sommige taalkundigen gewagen zelfs van het 'einde van de standaardtaal'. AI zal het volgens deze taaladviseur niet zo'n vaart lopen, toch is hij ervan overtuigd dat 'vechten' voor het Standaardnederlands, zoals de ABN-clubs dat destijds deden, helemaal uit de tijd is.

Vroeger was het toch zo ...

Onlangs liep op Canvas de reeks 'Man over woord'. Toen daarin die 'strijd voor het ABN' ter sprake kwam, zaten mijn kinderen met grote ogen te kijken ...

"Die strijd hoorde natuurlijk tot een tijdgeest waarin het Standaardnederlands zich nog een plaats moest verwerven. Maar in 'Man over woord' gaven enkele bezielers van toen toe dat 'vechten' voor een standaardtaal niet de juiste aanpak was. Daarom huiver ik ook zo van iemand die zich taalminnaar of taal liefhebber noemt. Heel vaak zijn dat mensen die alleen maar houden van 'standaardtaal uit de jaren zestig' en dus met taal omgaan zoals een archeoloog onderzoek verricht."

Terwijl taal voortdurend evolueert, ook de standaardtaal.

"Het zijn net die evoluties binnen onze taal en de grote variatie waarvoor we moeten openstaan. Het begint met het besef dat elke generatie het Nederlands spreekt en schrijft dat ze ooit in haar jeugd geleerd heeft. Als ouder spreek je anders dan je eigen ouders en dan je kinderen. Toegegeven, daardoor verloopt het gesprek tussen de generaties over taal vaak ook zo moeizaam. Oudere mensen schermen dan met uitspraken als 'vroeger was dat toch zo', terwijl jongeren niets over 'hun vroeger' kunnen zeggen. Een jongere groeit op in het Nederlands van nu en dat is zijn Nederlands."

Tongval

De VRT heeft in Vlaanderen altijd mee de norm voor de standaardtaal bepaald. Met het nieuwe Taalcharter krijg je de indruk dat daar nu een eind aan komt. Klopt dat?

"Er mag geen twijfel over bestaan dat de VRT aan al haar medewerkers vraagt om correct en verstaanbaar Nederlands te blijven hanteren. Maar ook binnen de standaardtaal moet je ruimte laten voor variatie, zonder te verglijden in dialect of tussentaal. Die variatie houdt onder meer in dat onze medewerkers Belgisch Nederlandse woorden mogen gebruiken. Zo stond het al in het VRT-Taalcharter van 1998. Maar volgens datzelfde charter mocht je aan een presentator of journalist bij de VRT niet horen waar hij vandaan kwam. En dat is natuurlijk onzin. Aan de taal van Frieda Van Wijck hoort iedereen dat ze een Limburgse is, maar vind je dat daarom geen standaardtaal? Vandaag lijken mij de geesten rijp om ook bij journalisten en presentatoren een bepaalde tongval bij hun standaardtaal te gedogen. Dat staat nu zo vermeld in het nieuwe Taalcharter, waarvan de visietekst al door de raad van bestuur van de VRT is goedgekeurd. Voor het definitieve charter mikken we op begin maart. Dat een journalist zijn regionale afkomst niet meer hoeft te verbergen, betekent natuurlijk niet dat hij nu plots dialect zal gaan spreken."

De patat

Maar intussen lijkt ook op radio en televisie de tussentaal steeds meer in opmars. Hoe gaat u daarmee om?

"Als taaladviseur spreek je niet alleen over standaardtaal. Je bekijkt ook altijd het genre of de context waarin een bepaalde taalvariant gebruikt wordt. Ik denk bijvoorbeeld aan zo'n titel als 'De patat', een reisprogramma dat nu op Canvas loopt. Ik had geen bezwaar tegen die tus-sentalige titel toen ik hoorde wat de opzet van de reeks was. De kok Jeroen Meus gaat daarin op zoek naar de geschiedenis van het volkse eten bij uitstek: de patatten. Meus mag het van mij gerust over 'patatten' hebben - in die context - maar tijdens de puur informatieve delen in de reeks hoort de neutrale commentaarstem wel 'aardappel' te zeggen. De kijker ziet ook het verschil tussen de kok Jeroen Meus, die geen vlekkeloos Nederlands hoeft te spreken, en een nieuwsanker. Die laatste gebruikt altijd standaardtaal. In bepaalde fictiereeksen kan daar wel van worden afgeweken. Maar ook hier is het VRT-taalbeleid duidelijk: fictie voor kinderen wordt met bijzondere aandacht voor de standaardtaal gemaakt."

Bestudeer sms-taal!

Als u vandaag voor de klas zou staan, hoe zou u dan jongeren Nederlands bijbrengen?

"Wil een leerkracht Nederlands mee zijn met zijn tijd, dan moet hij - naast de standaardtaal - ook oog hebben voor andere taalvarianten. Ga als leerkracht eens met je leerlingen sms-taal bestuderen! Zo zullen ze inzien dat hier evenzeer codes of spellingregels gelden waar je je aan moet houden. Het zijn andere regels dan bij de standaardtaal, maar als taalsysteem werkt dat perfect binnen dat medium.

Jongeren groeien op met die variaties binnen het Nederlands. Daarom is het des te belangrijker dat ze beseffen in welke situatie ze de ene of de andere taalvariant moeten gebruiken. Die taalgevoeligheid verwerven veel middelbare scholieren niet meer. Het lijkt me dan ook de voornaamste taak van het Nederlandse taalonderwijs om het taalgevoel bij jonge mensen aan te wakkeren en hen een rijke woordenschat bij te brengen. Want wat stelt het hoger onderwijs vandaag vast? Eerstejaarsstudenten blijken vaak een zeer schraal taalgebruik te hebben, waardoor ze sommige academische teksten gewoonweg niet meer begrijpen ... En het zit ook grondig fout als een student niet meer aanvoelt dat 'hoi prof' niet de normale aanspreking is om je tot je professor te richten."

"Over dat verschil in taalgebruik naar gelang van de context had ik onlangs nog een boeiende babbel met een jonge cameraman op de VRT. Al deed hij tegenover mij zijn uiterste best om mooi te spreken, toch klonk hij nog behoorlijk Antwerps. 'Maar', zo argumenteerde de man, 'mijn Nederlands hoeft niet perfect te zijn, want ik ben geen professionele taalgebruiker'. Toch vond hij het niet meer dan normaal dat wij hem, als hij ooit journalist zou worden, op zijn taal en uitspraak gingen beoordelen.

Dat lijkt me de correcte houding. Wie geen standaardtaal wil spreken - of dat nooit geleerd heeft - moet aanvaarden dat hij bepaalde functies niet kan uitoefenen. En daar hoort het vak van radio- of tv-journalist bij."


Geert Van Hecke
verschenen in: De Bond, 20 januari 2012