Voorkomen vermijden?

Kom op tegen vermijden, red voorkomen! Volgens mevrouw R. uit Olen - en ze is niet alleen - moeten we dringend een reddingsoperatie op touw zetten. "Wat is er mis met voorkomen?" werpt ze me voor de voeten. "Nieuwslezers-presentatoren op Radio 1 gebruiken het nooit meer. Toch is er heel wat te voorkomen: diefstal, carjacking, oorlog in Irak. Maar ze vermijden al die dingen liever. Begrijpt u mijn bezorgdheid?" Ja, hoor. "En deelt u ze een beetje?" Vooruit dan maar, een beetje. Omdat u zo'n keurig, met de hand geschreven pleidooi gehouden hebt.

Om te beginnen moet ik mevrouw R. toch even tegenspreken: nooit meer is wel heel erg weinig. Onze journalisten laten premier Verhofstadt wél verklaren dat een oorlog in Irak nog te voorkomen is. Toegegeven, vermijden nemen ze vaker in de mond: drie op de vier keer zeggen ze vermijden als het voorkomen had kunnen zijn.

Had kunnen zijn. Mevrouw R. maakt een strikt onderscheid tussen voorkomen en vermijden, maar de woordenboeken volgen haar niet. Mevrouw R. zegt het zo: voorkomen is ervoor zorgen dat iets niet gebeurt, vermijden is ontwijken wat er al is. Volgens de woordenboeken betekent vermijden zowel ontwijken als voorkomen. Ik ben geneigd ze gelijk te geven.

Ik hoor het mevrouw R. al zeggen: "Weer zo'n nieuwerwetsigheid. In mijn tijd was het allemaal veel strakker geregeld: twee woorden, twee betekenissen." Ach, het gebeurt wel meer dat pietepeuterige taaladviseurs - ik reken me daar niet onder, maar we kunnen daarover van mening verschillen - een kunstmatig onderscheid maken, dat er in de praktijk niet is en zelfs nooit geweest is. Vermijden in de zin van voorkomen is oud, heel oud, om niet te zeggen stokoud. Het oudste voorbeeld in het Woordenboek der Nederlandsche Taal dateert van ... 1525. Zouden we er ons 478 jaar later niet gewoon bij neerleggen dat vermijden ook voorkomen kan betekenen?