Tussentaal in de klas: geen probleem voor leerkrachten

Steven Delarue (foto: UGent)

 

Van leerkrachten wordt verwacht dat ze standaardtaal in de klas spreken, maar dat doen ze bewust niet altijd. Ze gebruiken ook geregeld ‘tussentaal’ en daar hebben ze verschillende redenen voor. Dat blijkt uit het proefschrift van Steven Delarue (UGent).

Leraren denken dat de leerlingen hen zullen uitlachen als ze standaardtaal spreken. Sommigen houden niet per se vast aan standaardtaal, omdat hun leerlingen het ook niet doen. Ze geven ook aan dat ze soms te moe zijn om op hun taalgebruik te letten. Voor veel leraren komt standaardtaal arrogant of verwaand over. Ze wijzen er ook op dat bijvoorbeeld in de media steeds meer ‘tussentaal’ wordt gesproken.

De inhoud gaat voor op de vorm. Goed lesgeven is voor leraren vaak belangrijker dan goede standaardtaal. Als ze er al oog voor hebben, dan letten ze meer op spelfouten dan op fouten in de gesproken taal.

Sommige leraren rekken het begrip ‘standaardtaal’ op, zodat ze hun taalgebruik ook als standaardtaal beschouwen, zolang het geen dialect is of grammaticale fouten bevat.

Steven Delarue merkt op dat er een kloof zit tussen het taalbeleid van de overheid en de taalpraktijk in de klas. Hij vindt het normaal dat het taalgebruik van de leraar in de klas varieert, maar het taalbeleid biedt daar weinig of geen ruimte toe. Hij pleit voor een beleid dat rekening houdt met de specifieke kenmerken van het Vlaamse onderwijs. Volgens hem moet er werk gemaakt worden van een open, niet-veroordelend taalbeleid ten opzichte van taalvariëteiten in het Nederlands en ten opzichte van andere talen. Maar dat betekent geenszins dat de standaardtaal overboord moet worden gegooid.

bron: UGent