Transcriptie en transliteratie in het Nederlands

foto: onwardtibet.org

Problemen

In het Nederlands gebruiken we woorden en eigennamen die uit andere talen overgenomen zijn. Die talen gebruiken soms een uitgebreidere versie van het Latijnse schrift of een geheel ander schrift dan wij. Hoe gaan we met die extra tekens van het Latijnse schrift om en hoe geven we die andere schriften in ons schrift weer?

Bij de uitgebreide Latijnse schriften doet zich het probleem voor dat niet alle tekentjes die andere talen gebruiken, eenvoudig met een Belgisch of Nederlands toetsenbord getikt kunnen worden. Op Belgische azertytoetsenborden staan de ç en de geaccentueerde letters van het Frans, op Nederlandse qwertytoetsenborden niet. Alle tekens kunnen wel met altcodes gemaakt worden.

Voor het omzetten van niet-Latijnse schriften in ons schrift gebruiken we transliteratie en transcriptie. Onder transliteratie verstaan we het omzetten van het ene tekensysteem in het andere, onder transcriptie het weergeven van klanken in ons schriftsysteem. In de praktijk komen beide werkwijzen naast elkaar voor: in wetenschappelijke publicaties wordt doorgaans transliteratie gebruikt, daarbuiten transcriptie.

Doordat transcriptie om het weergeven van klanken volgens de regels van de eigen taal gaat, verschillen transcripties per taal. Zo wordt Борис Ельцин in het Nederlands Boris Jeltsin, in het Engels Boris Yeltsin, in het Frans Boris Eltsine en in het Duits Boris Jelzin. De wetenschappelijke en internationaal gestandaardiseerde transliteratie (ISO 9) is Boris El’cin.

Verscheidene landen met een niet-Latijns schrift hanteren officiële transcriptie- of transliteratieregels. Vaak is de transcriptie geïnspireerd op de Engelse spelling, zodat de oe-klank met de letter u weergegeven wordt en de ch-klank met kh. Dergelijke transcripties leiden in het Nederlands dan ook geregeld tot verkeerde uitspraak.

 

De praktijk bij de VRT

Als omroep wordt de VRT dagelijks geconfronteerd met namen uit het buitenland, niet alleen in de politieke verslaggeving, maar ook in sport en amusement. Tot enkele jaren geleden was voor de VRT vooral de uitspraak van die namen een probleem. Nu de omroep ook online actief is, is de spelling ervan soms een groter probleem.

Als uitgangspunt hanteert de omroep de herkenbaarheid van uitspraak en spelling. De luisteraar moet een naam die hij hoort op radio en televisie, ook herkennen in de krant en op websites. Daarnaast houden we ook rekening met de bekendheid van een taal bij ons publiek. Daarom verdeelt de VRT de talen in groepen volgens hun afstand tot het publiek: figuurlijk in de zin van vertrouwdheid, letterlijk in de zin van kilometers.

 

Europese talen

1. De grote buurtalen

Frans, Duits, Engels, Spaans en Italiaans gebruiken het Latijnse schrift met geen of een beperkt aantal diakritische tekens. Die talen, die veel Nederlandstaligen ook actief beheersen, geven we weer zoals in de brontaal.

2. De Romaanse talen

De overige Romaanse talen, waaronder Portugees en Roemeens, gebruiken soms diakritische tekens die in het Nederlands onbekend zijn (het Roemeens gebruikt bijvoorbeeld î, ă en ţ). Die diakritische tekens laten we bij de VRT weg.

3. De Scandinavische talen

Zweeds, Deens, Noors, IJslands en Faerøers gebruiken letters met een diakritisch teken waarvan een aantal, zoals å en ø, in het Nederlands niet bekend zijn. Bij de VRT schrijven we alle diakritische tekens zoals in de brontaal. (Wij schrijven dan ook Faerøers en niet Faeröers!) Het IJslandse teken þ geven we weer als th, het teken ð als d. De umlauten van het Fins nemen we over.

4. De Slavische talen

De Slavische talen worden door hun schrift in twee groepen verdeeld: Servisch, Macedonisch, Bulgaars, Oekraïens, Russisch en Wit-Russisch gebruiken het cyrillische schrift; Tsjechisch, Slovaaks, Pools, Kroatisch en Sloveens gebruiken het Latijnse schrift met een uitgebreide set diakritische tekens. Bij de VRT negeren we de diakritische tekens in de talen die het Latijnse schrift gebruiken; bij de talen die het cyrillische schrift gebruiken, doen we aan transcriptie volgens de Nederlandse spellingregels.

5. Overige talen met Latijns schrift

Litouws, Ests, Lets, Turks en Maltees gebruiken diakritische tekens die het Nederlands niet kent. De VRT negeert die tekens. In het Hongaars gebruiken we de umlaut en de enkele accenttekens.

6. Grieks

Modern Grieks wordt getranscribeerd volgens de Nederlandse spellingregels, met één ingeburgerde uitzondering: de oe-klank wordt traditioneel als ‘ou’ gespeld (vb. moussaka). Veel Griekse prominenten hanteren een verengelste spelling van hun naam, die tot een verkeerde uitspraak leidt in het Nederlands. De Griekse premier verschijnt doorgaans als Lucas Papademos in de kranten; de VRT gebruikt de getranscribeerde vorm Loukas Papadimos.

7. Georgisch

Georgisch transcriberen we bij de VRT volgens de Nederlandse spellingregels. Georgië is lang deel van de Sovjet-Unie geweest. Veel Georgische namen (bv. Sjevardnadze) zijn via het Russisch tot bij ons gekomen en zijn altijd getranscribeerd alsof ze Russisch waren.

 

Niet-Europese talen

1. Chinees

Chinees (Standaardmandarijn) wordt omgezet via het hanyu pinyin. Het is de internationaal aanvaarde standaard voor de omzetting van modern Chinees. De VRT gebruikt de omzetting zonder de diakritische tekens die de toon aangeven.

Pinyin is geen echt transcriptiesysteem: elk teken staat wel voor één bepaalde klank, maar de keuze van de tekens is niet gekoppeld aan de uitspraak in een bepaalde taal. Zo staat het teken q voor een tsj-achtige klank. Pinyin is dan ook niet juist te lezen zonder kennis van het systeem.

2. Japans

Japans wordt doorgaans getranscribeerd via het Hepburnsysteem: medeklinkers zoals in het Engels, klinkers zoals in het Italiaans. Dit is het meest gebruikte systeem, ook door de Japanse overheid, al heeft die zelf een ander systeem officieel aangenomen. Het Hepburnsysteem is voor Nederlandstaligen goed te lezen.

3. Koreaans

Zuid-Korea gebruikt sinds 2000 een intussen wijd verspreid transcriptiesysteem. De VRT neemt de resulterende spelling van Koreaanse namen over.

4. Arabisch

Arabisch is een ‘probleemtaal’. Er bestaat een internationaal gestandaardiseerd transcriptiesysteem (ISO 233-2), maar voor de dagelijkse praktijk is het door zijn vele diakritische tekens nauwelijks hanteerbaar. Bij de Verenigde Naties wordt een eigen norm gebruikt, die nog niet door alle Arabische landen aangenomen is.

Er is ook geen overeenstemming over de weergave van Arabisch in het Nederlands. Bij de VRT hanteren we voor gewone woorden de spelling van de Woordenlijst (bv. boerka, moedjahedien), die transcriptie volgens de Nederlandse spellingregels laat zien.
Een dergelijke transcriptie van eigennamen is momenteel weinig gebruikelijk (maar is wel toegepast in het woordenboek van Verschueren). In de regel spelt de VRT eigennamen volgens de Engelse transcriptieregels in de internationale persberichten, tenzij het om een naam uit de voormalige Franse invloedssfeer gaat. Zo spellen we Sharm el Sheikh en Marrakech, hoewel sh en ch voor dezelfde sj-klank staan. Veel Arabische namen worden verkeerd uitgesproken als gevolg van deze transcriptie.

5. Overige talen

De VRT volgt doorgaans de gangbare spelling in de internationale persberichten.