|
Met je en jij doet zich iets vergelijkbaars voor. Hoewel je en jij een tweede persoon aanduiden, gebruiken we er steeds meer de derde persoon van het werkwoord bij. Zo hoor je naast je kunt, je zult en je wilt ook je kan, je zal en je wil. Het kan allebei, maar de tweede persoon is nog altijd verzorgder. Alleen als je de algemene betekenis men heeft, kan je ook je kan en je zal gebruiken, zoals in deze zin.
|