|
Net zo gaat het met de wederkerende werkwoorden, werkwoorden die met zich voorkomen. Neem zich scheren. Heel streng kun je zeggen: "Scheer u in de badkamer!". Nu gebruik je ook weer de stam (scheer), maar er komt nog een wederkerig voornaamwoord u bij. Als het wat minder bot moet klinken, zeg je: "Scheert u zich maar in de badkamer." Die constructie maak je ook door de stam+t te nemen en er u aan toe te voegen, maar er komt nog een wederkerend voornaamwoord zich bij.
|