Omgaan met woordenboeken

Wie geregeld teksten schrijft of vertaalt, heeft zich allicht meer dan eens afgevraagd hoe een bepaald ding heet, welk voorzetsel het een of andere werkwoord bij zich heeft, of hoe je een bepaalde gedachte preciezer kunt verwoorden. Waar het antwoord op zulke vragen te vinden is, komt hier aan de orde.


Spelling

Spellingproblemen kunnen meestal worden opgelost met een verklarend woordenboek. De eerste informatie die het over een lemma geeft, is immers hoe het geschreven wordt. Tussen 1995 en 2005 hanteerden sommige woordenboeken een andere spelling dan de Woordenlijst. Vanaf 2005 hanteren alle woordenboeken en naslagwerken in principe dezelfde spellingregels als de Woordenlijst.

De officiële spelling is vastgelegd in het enige echt normatieve woordenboek van het Nederlands: de Woordenlijst van de Nederlandse taal (de Woordenlijst). De Woordenlijst is normatief, omdat ze vóórschrijft hoe een woord gespeld moet worden. Volgens de wet mag alleen die spelling in de overheidsdienst en het onderwijs gebruikt worden.

Dat de Woordenlijst normatief is, wil helemaal niet zeggen dat al wat de samenstellers erin opgenomen hebben, goed Nederlands is. Integendeel, er staan veel woorden in de lijst (ook nu nog) die zonder twijfel streektaal zijn: goesting, appelsien, fabrikeren, kazakdraaier, jenoffel, kloef, bluts en honderden meer. Dat is de Woordenlijst-commissie indertijd trouwens kwalijk genomen. Jan Grauls schreef bij het verschijnen van de Woordenlijst van 1954: "Vlamingen die aan de Woordenlijst een waarde hechten die ze niet heeft en niet kan hebben, zouden erdoor op een dwaalspoor kunnen geraken. De Woordenlijst is immers uitsluitend tot stand gekomen om nuttige aanwijzingen te geven in verband met de spelling en de geslachtsregeling. Meer niet."

De Grote Van Dale XIV en het Groene Boekje 2005 hanteren dezelfde spelling. Vorige edities lopen niet altijd gelijk. Van Dale XIII past bijvoorbeeld de regel voor de spelling van de tussen-n in een samenstelling bestaande uit een dierennaam en een plantkundige aanduiding niet toe. In het Groene Boekje 1995 staat dus paardebloem en in Van Dale XIII paardenbloem.

Er iets paradoxaals aan spellingnaslagwerken. Je moet min of meer weten hoe je een woord spelt voor je de juiste spelling in een papieren woordenboek kunt opzoeken. Met de elektronische versie van de Grote Van Dale is dat niet meer nodig. Je kunt zajdeko intikken en het woordenboek corrigeert dat automatisch in zydeco.


Woordgeslacht

Behalve de spelling heeft de Woordenlijst ook het woordgeslacht (of genus) officieel vastgelegd, al wordt in de inleiding gezegd dat er dringend onderzoek naar het lidwoordgebruik gedaan moet worden. De onzekerheid bij de taalgebruiker neemt kennelijk hand over hand toe.

In het Groene Boekje 1995 is het vmo-systeem van de Woordenlijst van 1954 niet meer gebruikt, omdat dat volgens de samenstellers geheel achterhaald was. Nu wordt vermeld of een woord de of het of beide kan hebben. Het genus wordt alleen expliciet vermeld als het de-woord alleen mannelijk of alleen vrouwelijk is. Een woord waarbij alleen de staat, is dus zowel mannelijk als vrouwelijk.

Veel Nederlandse woorden kunnen de of het als lidwoord krijgen zonder dat hun betekenis daardoor verandert. Meestal heeft dan een van beide lidwoorden de voorkeur. Zo hebben chalet, corso en katern meestal de, en affiche, schilderij en kaft meestal het. Vroeger gaf de Woordenlijst die voorkeur aan door het meest gebruikelijke lidwoord voorop te zetten. Bij chalet stond er "m. en o.", bij schilderij "o. en v.". Als er geen voorkeur is voor het ene of het andere lidwoord, zoals bij commentaar, gaf de Woordenlijst "m. of o.". De nieuwe Woordenlijst geeft geen voorkeur meer aan.

Alle verklarende woordenboeken, behalve de twee Hedendaagse Van Dales, nemen de oude genusaanduiding van de Woordenlijst over. De nieuwste Van Dales vermelden in principe alleen het lidwoord dat het woord bij zich heeft, net zoals de Woordenlijst. Alleen als een de-woord alleen mannelijk of alleen vrouwelijk is, vermelden ze het genus.


Vervoeging en verbuiging

Het antwoord op vragen over de vervoeging van werkwoorden of de verbuiging van naamwoorden staat in een verklarend woordenboek en soms ook in de Woordenlijst.

De Woordenlijst vermeldt bij elk werkwoord de stamtijden: de infinitief, de eerste persoon enkelvoud van de onvoltooid verleden tijd en het voltooid deelwoord. De eerste persoon meervoud van de verleden tijd is alleen vermeld, als die in spelling niet gelijk is aan de eerste persoon enkelvoud plus -n of -en, zoals bij kon en konden.

Met oudere edities van Van Dale en het Groene Boekje moet voorzichtig omgesprongen worden. Zo spelt versie 2 van het elektronische Groene Boekje ik douche en hij douchet, terwijl het ik douch en hij doucht moet zijn. De Grote Van Dale XIII spelde ik douche en hij doucht. In de nieuwste edities lopen de vervoegingen gelijk.

Bij bijvoeglijke naamwoorden geeft de Woordenlijst de trappen van vergelijking, als die vormen in het corpus zijn aangetroffen.

Bij zelfstandige naamwoorden staat het meervoud als dat in het corpus voorkomt en het verkleinwoord als dat anders wordt gespeld dan het grondwoord plus -je. Als een woord twee meervoudsvormen heeft, staan de vormen in alfabetische volgorde. De eerst genoemde vorm is niet noodzakelijk de meest gebruikelijke.

Al die informatie staat ook in de verklarende woordenboeken. Bovendien vermelden die ook of het hulpwerkwoord in de voltooide tijden hebben of zijn is en wat het betekenisverschil is tussen de constructie met hebben en die met zijn. De Woordenlijst geeft die informatie niet, omdat het niet meer is en wil zijn dan een lijst van woorden met hun spelling en hun morfologische eigenschappen.


Voorzetsels en andere problemen

Voorzetselproblemen kunnen soms met een verklarend woordenboek opgelost worden, maar dikwijls laat het de gebruiker ook in de kou staan. Je zult bijvoorbeeld tevergeefs opzoeken in de Grote Van Dale welk voorzetsel gebruikt moet worden in het zinnetje "Hasselt is bekend ... zijn jenever".

Dat een verklarend woordenboek het antwoord schuldig blijft, hoeft trouwens geen verbazing te wekken. Ten overvloede wijs ik erop dat zo´n woordenboek allereerst betekenissen uitlegt. De voorzetsels bij veel werkwoorden of naamwoorden dragen niets bij tot de betekenis ervan. Dat schuld(ig) het vaste voorzetsel aan bij zich heeft, maakt voor een verklarend woordenboek eigenlijk niets uit, want schuld(ig) draagt de betekenis en aan is niet meer dan een structuurelement. Maar zoals uit bekend zijn blijkt, kan het voorzetsel ook de betekenis mee bepalen en dan is het opnemen van het grondwoord met zijn voorzetsel wel gefundeerd.

Staat de oplossing niet in een verklarend woordenboek, dan is ze misschien wel te vinden in woordenboeken die bestemd zijn voor het produceren van taal, namelijk vertaalwoordenboeken met Nederlands als brontaal. Je slaat er bijvoorbeeld de Nederlands-Engelse Van Dale op na en vindt daarin dat bekend zijn samengaat met om. Een vertaalwoordenboek dat voor zulk speurwerk zeer geschikt is, is het uitgebreide Nederlands-Engelse woordenboek van Jansonius. Daarin staat dat bekend in de betekenis die wij bedoelen om, wegens en vanwege bij zich heeft. Dus: Hasselt is bekend om zijn jenever. Jammer genoeg wordt dat woordenboek niet meer gedrukt en is het alleen nog in tweedehandsboekwinkels te vinden.

Maar in een vertaalwoordenboek staat ook niet alles, zoals de oplossing voor "Vanavond gaan we eens gezellig ... café". Wie twijfelt of op café gaan correct is, kan gelukkig beschikken over een handig naslagwerk. De Voorzetselwijzer van Hus en Reinsma is een alfabetische lijst van de meeste voorzetselconstructies die moeilijkheden kunnen opleveren.

Voorzetsels kunnen een mens veel hoofdbrekens bezorgen, maar andere woordsoorten doen dat evengoed. Soms is het bijvoorbeeld niet eenvoudig om een werkwoord te vinden dat de handeling bij een naamwoord uitdrukt. Ontucht plegen of een misdaad begaan tref je wel eens in de krant aan, maar wat doe je met een dans of een gift? Omdat dat in verschillende talen nogal eens anders wordt gezegd, nemen vertaalwoordenboeken die min of meer vaste verbindingen makkelijk op. Zo vind je wel in Jansonius, maar niet in de Grote Van Dale dat je een gift doet. Volgens Jansonius doe je een dans, maar nergens is te vinden dat ballerina´s (minder stoplapperig) een dans uitvoeren. In 2003 is het Combinatiewoordenboek van Piet de Kleijn uitgekomen. Het geeft van drieduizend zelfstandige naamwoorden de bijbehorende vaste werkwoorden.

Ook geijkte uitdrukkingen bieden wel eens moeilijkheden. Zo zeggen we in vlammen opgaan, maar in de as leggen. De juiste vorm van die uitdrukkingen staat meestal in een verklarend woordenboek, omdat de betekenis ervan dikwijls figuurlijk en niet doorzichtig is. Met de uitgebreide zoekmogelijkheden van de elektronische woordenboeken zijn uitdrukkingen ook gemakkelijk terug te vinden.


Verwarrende verwanten

Soms is het verschil tussen twee bijna gelijke constructies niet altijd even duidelijk. Probeer maar eens uit te leggen waarin geloven aan verschilt van geloven in. Je kunt het verschil opzoeken in een verklarend woordenboek of Het juiste voorzetsel van Vindevogel. Daarin staat te lezen dat geloven in "aannemen dat het waar is en vertrouwen op de heilzame werking ervan" betekent en geloven aan "aannemen dat het bestaat in de werkelijkheid". In de nieuwere Voorzetselwijzer wordt dat onderscheid niet meer gemaakt. Taal is constant in ontwikkeling.

Maar het verklarend woordenboek laat zijn gebruikers ook dikwijls in de steek. De reden daarvoor is dat geen enkel Nederlands woordenboek woorden of uitdrukkingen met elkaar contrasteert om ze te verklaren. Als je in de elfde druk van de Grote Van Dale opzoekt wat het verschil is tussen niet het minst en niet in het minst, dan wordt dat allerminst duidelijk. In de twaalfde en dertiende druk is het wel keurig uitgelegd, al staan de twee uitdrukkingen niet vlak bij elkaar. Gelukkig zijn er boekjes die in zulke twijfelgevallen de knoop doorhakken. Een daarvan heet - hoe kan het ook anders - Twijfelgevallen Nederlands. Daarin vind je dat niet het minst "vooral" betekent en niet in het minst "helemaal niet". Duidelijker kan het niet.

Een aantal van die kwesties wordt behandeld in taaladviesbanken op internet, zoals VRTtaal.net en taaladvies.net.


Synoniemen

Woorden die hetzelfde of ongeveer hetzelfde betekenen, zijn synoniemen van elkaar. Echte synoniemen, die helemaal elkaars gelijke zijn, komen vrijwel niet voor. Bijna altijd is er een klein verschil, bijvoorbeeld in stijlwaarde of gebruiksmogelijkheden. Zo zijn pochen, bluffen en opscheppen synoniem met elkaar, maar pochen is weinig gebruikelijk in alledaagse taal.

Volgens een enquête in opdracht van de Nederlandse consumentenvereniging verwachten gebruikers van een woordenboek dat het hun synoniemen aanbiedt. De Hedendaagse Van Dale was in 1985 het eerste woordenboek dat de verwachtingen min of meer inloste. Maar de Grote Van Dale liet tot voor kort zijn gebruikers op dat gebied zo goed als helemaal in de steek. Hij gaf wel eens een synoniem als verklaring, maar systematisch deed hij dat niet. Met de twaalfde druk is daar verbetering in gekomen. In veel artikels vind je nu per betekenis een of meer cursief gezette synoniemen, keurig verzameld aan het eind van het artikel. Bij het trefwoord artikel, bijvoorbeeld, staat onder betekenisnummer 4 het synoniem lemma. Volgens de redactie wordt in de twaalfde druk van 34.839 woorden expliciet een synoniem opgegeven, en van 2.313 een antoniem (een woord waarvan de betekenis tegengesteld is aan die van een ander woord).

Het probleem met de Grote en de Hedendaagse Van Dale is dat ze vooral synoniemen geven bij woorden die dikwijls al een vrij enge betekenis hebben, en die synoniemen zijn vaak veel ruimer. Bij nors, bijvoorbeeld, vermeldt de Hedendaagse Van Dale als synoniem onvriendelijk, maar omgekeerd lukt het niet. Daardoor is de waarde van de verklarende Van Dales als synoniemenwoordenboek uiteraard klein. Immers de meeste mensen kennen het ruime woord en zoeken een preciezer, en niet andersom.

In 2004 heeft Van Dale een nieuw synoniemenwoordenboek op de markt gebracht in de reeks Van Dale Praktijkgidsen, een geactualiseerde versie van het synoniemenwoordenboek uit 1991. Het unieke van dit synoniemenwoordenboek is dat de stijlverschillen en de kern van de betekenisverschillen expliciet worden weergegeven. Elk woord is ingepast in een betekenisboom: per woord worden synoniemen, hyperoniemen (woorden met een ruimere betekenis) en hyponiemen (woorden met een engere betekenis) opgegeven. Voor de ruimere woorden wordt naar de betreffende lemma´s verwezen, de engere woorden worden in het lemma zelf behandeld. Er zijn ook synoniemen gegeven van het trefwoord in combinatie met een ander woord en zegswijzen die de betekenis van het trefwoord uitdrukken.

Het woord onvriendelijk heeft als synoniemen onaardig, ongeschikt, onsympathiek en het formele antipathiek. Een specifieker woord (hyponiem) is bijvoorbeeld kortaangebonden, dat "onvriendelijk en haastig in een gesprek" betekent. Met een pijltje wordt verwezen naar het ruimere woord (hyperoniem) onaangenaam.

Het juiste woord kan ook als een synoniemenwoordenboek gebruikt worden. In feite is het een betekeniswoordenboek. Daarin zijn de woorden niet alfabetisch geordend, maar in groepjes volgens hun betekenis. Om in Het juiste woord een woord te vinden, zoek je het eerst op in het alfabetische register of je gaat na in de systematische classificatie onder welk kopje het zou kunnen staan. Zoek je bijvoorbeeld synoniemen van onvriendelijk, dan word je in het alfabetische register verwezen naar rubriek 897. Daar vind je onder meer nors, stuurs en bars.

Een nadeel van Het juiste woord is dat het niet meer wil zijn dan een inventaris en dat je dus de juiste waarde van een woord niet krijgt. Je kunt het boek niet op zichzelf gebruiken, maar moet opzoeken in een verklarend woordenboek wat het woord precies betekent en wat de combinatiemogelijkheden ervan zijn. Bloot en naakt, bijvoorbeeld, betekenen allebei hetzelfde, maar je slaapt onder de blote hemel en op een naakte rots. Om zulke verschillen te weten te komen, is Twijfelgevallen Nederlands een handige hulp.

Misschien hebt u het nog nooit zo bekeken, maar een puzzelwoordenboek is een heel goed synoniemenwoordenboek. Uiteraard geeft het ook encyclopedische informatie, zoals uitvinder van het telegraafschrift: Morse en moeilijke synoniemen zoals oogontsteking: oftalmie. Maar het kan ook gebruikt worden om synoniemen te zoeken van gewone woorden, want qua opzet verschilt een puzzelwoordenboek eigenlijk niet zoveel van het Groot Synoniemenwoordenboek van Van Dale. Als je in Het Nederlands puzzelwoordenboek het woord onvriendelijk opzoekt, vind je als mogelijke synoniemen bars, nors, stug, bot, onbeleefd. Net als met Het juiste woord moet je de exacte waarde van de synoniemen opzoeken in een verklarend woordenboek. Dat niet alle synoniemen even goed zijn, is aan onbeleefd te merken.

De nieuwe elektronische Grote Van Dale biedt meer mogelijkheden dan de papieren versie om synoniemen te zoeken. Je kan niet alleen in de alfabetische lijst bladeren, maar ook woorden in de betekenisverklaringen opzoeken. Als je laat opzoeken bij welke woorden onvriendelijk in de verklaring staat, krijg je bars, bits, bot, dwars, grim, grimmig, kortaf, nors, onaardig, onplezierig, scherp, sikkeneurig, stoer, stroef, stuurs en zwart.


Hoe heet dat?

Het is u vast al meer dan eens overkomen dat u een voorwerp wel kent (u weet wie het gebruikt, waarvoor het dient of u hebt het al gezien), maar dat u er geen woord voor hebt. Denkt u maar eens aan al die boortjes en haakjes waarmee de tandarts een gebit bijwerkt. De naam daarvan zult u moeilijk achterhalen met een verklarend woordenboek, want hoe zou u eraan beginnen?

U zou de naam van die haakjes en boortjes natuurlijk aan een tandarts kunnen vragen, of u kunt een andere deskundige raadplegen: een beeldwoordenboek. Vroeger bestonden er in het Nederlands alleen voor kinderen zulke woordenboeken, met plaatjes van voorwerpen en de naam erbij. Ondertussen heeft Wolters de eerste "serieuze" beeldwoordenboeken op de markt gebracht. Oorspronkelijk waren het vertaalwoordenboeken met telkens hetzelfde Nederlandse materiaal, maar een andere tweede taal (Frans, Engels, Duits). Later is er ook een eentalig Nederlands beeldwoordenboek gekomen. Intussen zijn ook een heleboel beeldwoordenboeken op cd-rom beschikbaar. Ook Van Dale heeft een beeldwoordenboek.

Wat de opzet betreft, lijken ze op Het juiste woord. Aan de ene kant is er een systematische indeling, aan de andere kant een alfabetisch register. Als je in een van beide tandarts opzoekt, word je naar een plaatje verwezen. Daarop is te zien dat een tandarts onder meer caviteits-, fineer-, splijt- en diamantboren gebruikt, en ook sondes en knobbelbeitels.

In een beeldwoordenboek staan natuurlijk niet alleen vakspecifieke instrumenten, maar ook doodgewone dingen als keukenspullen, kleren en kapsels. Terloops merk ik op dat de juiste benaming voor zulke alledaagse spullen ook te vinden is in de catalogus van de Nederlandse postorderbedrijven.

Het nadeel van een beeldwoordenboek is dat er alleen begrippen in staan die afgebeeld kunnen worden. Voorwerpen bieden geen enkel probleem en zelfs muzieknoten en werkwoorden als gijpen zijn nog voor te stellen. Maar met abstracte woorden zoals genegenheid of ritselen lukt dat niet. Een synoniemenwoordenboek, betekeniswoordenboek, puzzelwoordenboek en een invert woordenboek zijn dan de aangewezen hulpmiddelen om achter het goede woord te komen.

In een documentaire film over herten werd verteld dat de bokken in de paartijd een typisch geluid voortbrengen. Het Nederlandse woord daarvoor vind je beslist niet in een beeldwoordenboek, maar in Het Nederlands puzzelwoordenboek staat het wel. Bij de ingang loeien van de herten in de bronstijd (die zetfout moet u erbij nemen) staat het woord bur(re)len.

Ook met Het juiste woord kom je erachter. In een betekeniswoordenboek staan alle woorden uit een bepaald betekenisveld bij elkaar. Je zoekt daarom een dierengeluid dat je wel kent op in het alfabetische register, bijvoorbeeld hinniken, en wordt verwezen naar rubriek 603, waar alle dierengeluiden bij elkaar staan. Bij herten vind je het woord burlen.

Met de elektronische Grote Van Dale lukt het ook. Laat het programma zoeken naar betekenisverklaringen waar hert en bronst samen in voorkomen. Behalve burlen of beurelen krijg je ook orgelen.

Ook een invert woordenboek komt soms van pas. In een invert of retrograde woordenboek staan de woorden in de alfabetische volgorde van hun eindletters. Dus eerst komen alle woorden die eindigen op een a, dan die op b, c, d enzovoort. De woorden die eindigen op -aa komen voor die op -ba, -ca, -da enzovoort. Het resultaat is dat woorden die op dezelfde letters eindigen bij elkaar staan. Samenstellingen met hetzelfde laatste lid staan in een retrograde lijst dus ook bij elkaar. Als je wilt weten hoe breakbone fever in het Nederlands heet, kun je vermoeden dat het wel om de een of andere koorts (fever) gaat. In een retrograde woordenboek vind je alle koortsen bij elkaar. Eén ervan is knokkelkoorts, en daar gaat het om.

De elektronische Grote Van Dale en versie 2 van het elektronische Groene Boekje kunnen ook invert gebruikt worden. Om alle woorden die op -koorts eindigen te krijgen, tikt u als zoekterm *koorts in. Daarmee vraagt u het programma alle woorden te zoeken die met een willekeurig aantal tekens beginnen en eindigen op de letterreeks koorts.


Conclusie

Er zijn honderden Nederlandse woordenboeken op de markt, die allemaal wel de een of andere verdienste hebben. Als vertaler of tekstschrijver is het van het grootste belang dat u zich in die woordenboeken thuis voelt en dat u ermee overweg kunt. Het is natuurlijk een onbegonnen zaak al die woordenboeken te kopen. Met een beperkt aantal kunt u al heel wat problemen aanpakken. Als u nog eens snel door de tekst heen loopt, zult u merken dat u met een goed verklarend woordenboek, een goed vertaalwoordenboek en een goed puzzelwoordenboek al aardig wat kunt bereiken. De Grote Van Dale op cd-rom is een absolute aanrader: hij combineert al die woordenboeken in één.

Zoekt u toch een specifieker woordenboek, dan kunt u in het Taalboek Nederlands van Willy Smedts en William Van Belle terecht. Achter in dat boek vindt u een lijst van woordenboeken met een korte karakterisering.

Deel op FacebookShare on Twitter