Je zou er hoofdpijn van worden

Ik hoor het met de regelmaat van de klok opduiken en mijn nekharen komen er recht van overeind: hij is helemaal paranoia. Volgens de dikke Van Dale is paranoia "een psychische stoornis, gepaard gaande met systematische waanideeën". Het is synoniem met achtervolgingswaan. Het woord paranoia is, met andere woorden, een zelfstandig naamwoord.

Waarom het dan zo vaak als adjectief wordt gebruikt? Geen flauw idee. We zeggen ook niet "ik ben griep" of "ik ben verkoudheid", en als we iemand horen vertellen dat hij een maagzweer of een gezwel is, dan zouden we er het onze van denken.

Misschien komt het doordat paranoia nu niet meteen de ziekte is waarmee je het vaakst geconfronteerd wordt. Het woord behoort niet tot de alledaagse woordenschat van de meeste mensen en het adjectief dat erbij hoort - paranoïde - is vaak nog minder bekend. Iemand met achtervolgingswaan (een woord dat volgens Van Dale weinig wordt gebruikt) lijdt aan paranoia of is paranoïde.

In het dagelijkse taalgebruik kun je van iemand die overdreven wantrouwig of achterdochtig is ook wel lachend zeggen dat die paranoïde is. In dat geval kun je maar beter niet zeggen dat hij "aan paranoia lijdt", wat alleen geschikt is als hij werkelijk psychisch ziek is. Nog beter is het natuurlijk als je het hele gedoe niet gebruikt: van scherts komt belediging en van belediging ruzie. En van ruzie, daar word je depressie ... depressief van.

Sara Brouckaert