intonatie - varieer het spreektempo

Niets is zo ellendig als te moeten luisteren naar iemand die voor alle woorden (soms zelfs voor alle lettergrepen) evenveel tijd uittrekt. En dus aan elk woord evenveel belang toekent. Dat egale tempo leidt tot monotonie en zet allesbehalve tot luisteren aan.

Als het om de inhoud gaat, telt een zin belangrijke woorden en minder belangrijke woorden. En ook onbelangrijke woorden (die grammaticaal gesproken overigens onmisbaar zijn). Het gaat meestal om lidwoorden, voegwoorden, voorzetsels, hulpwerkwoorden enz.

  • De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA moet de komende tien jaar meer geld krijgen voor wetenschappelijk onderzoek. De bouw van een internationaal ruimtestation slokt zo veel geld op dat andere projecten in de verdrukking komen.

De belangrijkste woorden zijn altijd die van de sleutelbegrippen. In de eerste zin dus NASA, meer geld en wetenschappelijk onderzoek; in de tweede zin zijn dat bouw, internationaal ruimtestation, zoveel geld, andere projecten, verdrukking. Die woorden dragen het gewicht van de mededeling, dus geven we ze een zinsklemtoon mee en rekken er allicht ook een paar van.

De minder belangrijke woorden zijn achtereenvolgens Amerikaanse ruimtevaartorganisatie (hoewel je daarover kunt discussiëren), komende tien jaar, krijgen, slokt ... op, komen. Inhoudelijk zijn ze van secundair belang. We onderstrepen ze daarom op z'n hoogst even met de stem, rekken is er niet bij.

Inhoudelijk onbelangrijk (maar grammaticaal onmisbaar) zijn: de, moet, de, voor; de, van, een, dat, in de. Deze woorden krijgen absoluut geen klemtoon. We spreken ze ook sneller uit, zonder ze daarom weg te moffelen.

Je spreektempo hangt vooral ook af van de manier waarop je in een meerlettergrepig woord de verschillende lettergrepen op elkaar laat volgen. Neem het woord gemeenteraadsverkiezingen: acht lettergrepen, waarvan vier met een heldere klinker en vier met een sjwa. Laat je die doffe klanken even nadrukkelijk horen als de heldere, dan krijg je een egaal, monotoon tempo.

Een natuurlijk, gevarieerd spreektempo krijg je zo: de lettergreep met de heldere klinker waar de woordklemtoon op valt (meen) spreek je met nadruk uit, de andere lettergrepen met een heldere klinker (raad, kie, zing) geef je weinig of geen nadruk, en de lettergrepen met een doffe e (ge, te, ver, en) laat je totaal zonder nadruk horen.

Vooral sprekers die hoorbaar hun best doen om goed te articuleren, houden vaak een monotoon tempo aan. Dat komt wellicht doordat het hun ontbreekt aan een goede basisarticulatie. Ze doen het 'voor de gelegenheid' heel goed en overdrijven dus. Als je op een natuurlijke manier goed verstaanbaar wilt overkomen, moet een goede, beheerste articulatie tot je basisuitrusting behoren.

Deel op FacebookShare on Twitter