hun / hen

Hun wordt gebruikt voor het meewerkend voorwerp zonder voorzetsel.

  • Ik heb hun het boek gegeven.

Hen wordt gebruikt voor het lijdend voorwerp of voor het meewerkend voorwerp met voorzetsel.

  • Ik heb hen maar even gezien.
  • Ik heb het boek aan hen gegeven.

In de praktijk wordt nog nauwelijks onderscheid gemaakt tussen hen en hun omdat de functie niet altijd even duidelijk is. Over het algemeen wordt hen stilistisch hoger ingeschat dan hun. In verzorgde geschreven tekst kunnen we daarom beter hen gebruiken. In de spreektaal is hun zeker niet ongewoon.

In gesproken taal kunnen we beter ze gebruiken.

  • Als ik ze (hen) vanmiddag zie, geef ik ze (hun) een ijsje. Dat heb ik tegen ze gezegd.

Op de website van Onze Taal staat een lijst met honderden werkwoorden (en uitdrukkingen) waarbij vaak getwijfeld wordt of je ze met hun of met hen moet combineren.

Deel op FacebookShare on Twitter