Hoe komen we bij 'kalkoen'?

Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=483143

 

Waarom een kalkoen Turkije en India wordt genoemd

Het is een klassieke grap onder de vertalers: het recept waarin ‘Turkije’ een van de ingrediënten is, of de landenlijst waarin als een van de opties ‘Kalkoen’ verschijnt. Dat heeft te maken met twee zaken: ten eerste een slechte redactie na een automatische vertaling of een gebrekkig vertaalgeheugen, en in de tweede plaats het opvallende feit dat een kalkoen in het Engels dezelfde naam heeft als het land Turkije. Hoe komt dat? En waarom heet hetzelfde dier in Frankrijk ‘dinde’ (d’Inde, van India)?

 

De feiten

De kalkoen zoals wij die kennen is de gedomesticeerde versie van een kipachtige vogel uit Noord- en Centraal-Amerika. Kort nadat Columbus Amerika ontdekt had, maakten de kolonisten kennis met het dier als delicatesse. Ze brachten het mee naar Europa, waar het op de adellijke eettafels belandde. Toen de Europeanen vervolgens Azië gingen verkennen, volgden hun exotische delicatessen al snel, en zo maakten ook onder meer Cambodja en Maleisië kennis met deze uit de kluiten gewassen kip. Die wereldreis vinden we terug in flink wat benamingen voor de kalkoen.

 

India, Turkije en de Nederlandse kip

Om te beginnen is er India. Dat klinkt vreemd, maar niet als je weet dat de kalkoen in Europa terechtkwam, nadat Columbus Amerika had ontdekt, maar dat nog niet wist. Hij dacht immers dat hij een nieuwe vaarroute had ontdekt. Naar India dus, vandaar de verwijzing in onder meer het Franse dinde – d’Inde (dat onder invloed daarvan ‘dindon’ werd in het Lingala), heel wat Slavische talen, het Turkse ‘hindi’.

Maar ook ons woord ‘kalkoen’ houdt verband met India: het gaat terug op Calicut, een plaats in India. ‘Kalkoen’ is kort voor ‘Calicut-hoen’, een soort Indische hoen dus. We vinden dat woord ook terug in de Scandinavische talen, het Fins, enkele Baltische talen en zelfs, onder invloed van het Nederlands, in Indonesië.

In Azië wordt juist aan Europa gedacht als er over de kalkoen wordt gesproken. Voor onder meer Cambodja staat Frankrijk model voor West-Europa en is een kalkoen een ‘Franse kip’, voor Maleisië is het een ‘Nederlandse kip’. Allemaal dus omdat die vreemde overheersers graag een exotische kip van de andere kant van de wereld op hun menu wilden.

En ‘turkey’ dan? Wat heeft Turkije met heel dit verhaal te maken? Die oorsprong gaat een beetje verder terug in de tijd. Voor Columbus op zoek ging naar India en onderweg Amerika ontdekte, waren de Engelse edelen al gek op grote exotische kippen. Die kochten ze bij Turkse handelaren, die ze op hun beurt uit Afrika haalden. Hoewel het over meerdere soorten ging, zoals de pauw en de parelhoen, noemden de Engelsen ze allemaal ‘turkeycocke’ ofwel ‘Turkse haan’.

Toen er later uit dat nieuwe continent nog een nieuwe soort exotische overmaatse kip werd ingevoerd, kreeg die gewoon dezelfde naam als de rest. Nog later werd de kalkoen populair bij de gewone Engelsen, die de naam verkortten tot ‘turkey’. Onder invloed van het Engels wordt ze in de Afrikaanse talen Kiswahili (Kenia) en Tigrynia (Eritrea) ‘uturki’ resp. ቱርኪ, ‘turki’ genoemd.

Maar niet alleen de Engelsen dichten de kalkoen een Afrikaanse herkomst toe. Dat doen ook de Spanjaarden met ‘pavo’, wat eigenlijk ‘pauw’ betekent, en de Macedoniërs, die met ‘misir’ het over Egypte hebben. Het dier werd immers via Egypte naar Afrika uitgevoerd, en heel wat Zuid-Europeanen maakten daar voor het eerst kennis met het dier. Dat geldt ook voor de Slovaken (moriak) en de Albanezen (gjel deti), die het een ‘overzeese kip’ noemen. In de Afrikaanse taal Swahili is een kalkoen dan weer een ‘kip uit het oosten’ (bata mzinga) en in het Arabisch een Romaanse haan (dīk rūmī). Daarbij wordt met Rome eigenlijk Europa bedoeld.

Maar weet dan niemand waar die kalkoen echt vandaan komt? Jawel, ongeveer toch. In de taal van de vroege kolonisatoren van Zuid-Amerika, het Portugees, heet de kalkoen ‘peru’. Dat klinkt alsof ze er net naast zitten, maar voor de Portugezen van toen staat Peru model voor heel Zuid- en Midden-Amerika. En dan zitten ze wel op het goede spoor. Onder hun invloed noemen de Slovenen en Kroaten het dier dan weer ‘puran’.

 

Doe eens een kalkoen na

Naast verwijzing naar de herkomst kun je een dier ook vernoemen naar iets anders. Bijvoorbeeld het geluid dat het maakt (wij noemen een hond ook wel een ‘woef’), en dat je vervolgens zelf nabootst om het te lokken. Dat is in Europa het geval in het Duits (‘Truthuhn’ – hoen dat troet zegt – en ‘Pute’), het Tsjechisch (‘krocan’), het Hongaars (‘pulyka’), enkele Balkantalen (‘ćuran’), het Bulgaars (‘pujka’) en het Italiaans (‘tacchino’). Maar ook in heel wat Afrikaanse talen wordt de kalkoen flink nagebootst: ‘talotalo’ (Hausa, in Nigeria), ‘tolotolo’ (Igbo, in Nigeria), ‘karikuni’ (Xhosa, in Niger-Congo), ‘boolo boolo’ (Somali, in Somalië) en ‘kulukulu’ (Luo, in Kenia, en Kikuyu, in Kenia).

 

Wat hangt er aan je bekje, grote kip?

Geluidjes zijn wel interessant, maar wie echt eens lekker creatief uit de bol wil gaan, neemt natuurlijk het uiterlijk van de kalkoen als inspiratiebron. Dat zie je bijvoorbeeld in het Letzeburgisch of het Luxemburgs. ‘Schnuddelhong’ beschrijft perfect hoe een kalkoen er met zijn typische kop uitziet: als een ‘snothoen’.

Ook in de Aziatische talen vinden we heel plastische beschrijvingen. Het Mandarijn (Chinees) ‘tujinji’ betekent ‘kip die brokaat ophoest’ en ‘tushouji’ ‘kip die een lint ophoest’. In het Thai wordt de kalkoen dan weer ‘slurfkip’ (Kai Nguang) genoemd. Volgens het Japans en het Koreaans is een kalkoen een ‘vogel met zeven gezichten’, omdat de kalkoen volgens hen afhankelijk van zijn humeur van gezicht kan veranderen.

Andere beschrijvingen zijn wat minder plastisch. In enkele Turkse talen is een kalkoen een ‘blauwe hen’. Wat verder in Azië wordt het dier ‘kurka’ of ‘kürke’ genoemd, een ‘zwarte hazelhen’. In het Grieks is hij een ‘vogeltje’ (galopoula) en in het Bulgaars gewoon een ‘hen’ (curcan).

De minst creatieve benamingen vinden we in het land van herkomst van onze veelgeplaagde kalkoen. In heel wat inheemse Noord-Amerikaanse talen wordt hij immers gewoon ‘grote vogel’ genoemd. Wat hij ook is.

 

Miet Ooms

(Met dank aan collega Anne-Marie De Wachter, die voor mij haar netwerk Afrikaanse vertalers heeft geraadpleegd.)

Your device does not support this media type
Popout

Hoe komen we bij 'kalkoen'?

Miet Ooms
Nieuwe feiten, Radio 1
24 november 2017