Grootse plannen

Zestig jaar geleden vatte een ambitieuze hoogleraar aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen het plan op om de dialectwoordenschat van het hele Brabantse gebied (de provincies Noord-Brabant, Antwerpen, Vlaams-Brabant) op te tekenen, te bewaren en toegankelijk te maken voor onderzoek. Zijn naam was Anton – Toon – Weijnen en hij kreeg de hulp van zijn student Jan Stroop. Tien jaar later, in 1967, verscheen de eerste ‘voorlopige inleiding’ op het Woordenboek van de Brabantse Dialecten. Het was de start van een project dat eigenlijk nu pas echt is afgerond, met de website e-wbd.nl.

Toen Weijnen zijn plannen begon te realiseren, vermoedde hij waarschijnlijk niet dat het een van de langstlopende woordenboekprojecten van het Nederlandse taalgebied zou worden, of dat het ooit echt af zou geraken, de inspiratiebron zou worden voor flink wat zusterprojecten, en zeker niet dat het ooit voor iedereen letterlijk binnen handbereik zou komen.

De voltooiing van de papieren woordenboeken heeft hij nog net mogen meemaken. Het WBD werd in 2007 afgerond en Weijnen is het jaar erna op 98-jarige leeftijd overleden. Toen al waren ook de eerste voorzichtige stappen in de richting van een digitale, en zelfs online databank gezet. Toch voor de algemene woordenschat, de landbouw- en vaktaalwoordenschat was toen immers al grotendeels op papier verschenen.

 

Red de traditionele dialectwoordenschat

Dat kwam omdat Weijnen van in het begin een thematische indeling van het woordenboek voor ogen had, in plaats van de bekende alfabetische. Op dat moment werd er immers al meer dan een halve eeuw gewerkt aan een ander immens woordenboekproject, het WNT, en het einde daarvan was toen nog lang niet in zicht. Via een thematische indeling kon hij ervoor zorgen dat verschillende gebruiksdomeinen relatief snel behandeld werden. Hoe langer het project duurde, hoe meer domeinen dat zouden worden. Het werden dus veel kortere deadlines, in plaats van een heel lange die misschien nooit gehaald zou worden.

Bovendien wilde hij de traditionele dialectwoordenschat in de eerste plaats redden van de vergetelheid. Dat vond hij belangrijker dan een zo compleet mogelijke beschrijving en daarom begon hij met de woordenschat die in de snel veranderende maatschappij het zwaarst onder druk stond: die van de agrarische woordenschat en de traditionele ambachten. Die woordenschat werd als eerste opgevraagd via vragenlijsten, voor de laatste nog levende zegslieden verdwenen waren, en die werd ook het eerste verwerkt. Later volgde dan de rest.

 

Het begin van het digitale tijdperk

Daardoor zaten we al een stuk in de jaren negentig toen de algemene, dagelijkse huis-tuin-keukenwoordenschat aan bod kwam. Op dat moment begonnen de digitale mogelijkheden duidelijk te worden: in plaats van alle gegevens met de hand op fiches over te schrijven en vervolgens met diezelfde hand te sorteren konden ze nu rechtstreeks in een databank worden getikt, en lieten we het sorteerwerk aan de pc over. Idem voor de kaarten: de computer maakte een eerste versie, de redacteur werkte die af. Er konden dus op veel kortere tijd veel meer gegevens worden verwerkt, en dat was goed nieuws voor de veel grotere algemene woordenschat. Bovendien begon toen het internet op te komen, en daarmee de mogelijkheden om al die digitale gegevens voor een veel groter publiek te ontsluiten.

De gegevens bleven hetzelfde: van (heel) oude vragenlijsten tot recente dialectwoordenboeken, maar de manier van verwerken veranderde compleet. Het resultaat: papieren afleveringen die door het verdwijnen van plaatscodes en fonetische tekens een stuk leesbaarder werden en een online databank, toegankelijk voor iedereen die de details wil kennen. Helaas liep toen het project al een hele tijd op zijn laatste poten, en daardoor is de databank nooit ontwikkeld geraakt tot een gebruiksvriendelijke website. De site bestaat nog steeds, maar heeft toch heel wat jaren een soort online spookbestaan geleid: onbekend, onbemind en onhandig.

 

Het slotakkoord

Tot vandaag. Dankzij een nieuwe boost in de digitalisering uit diverse hoeken is niet alleen die oude website en databank opnieuw aangepakt. Ook de oude papieren afleveringen, die tot nu toe enkel te vinden waren in enkele gespecialiseerde bibliotheken, werden ingescand, gecorrigeerd en ‘verdatabankt’. Opnieuw een titanenwerk, opnieuw voor een belangrijk deel uitgevoerd door een van de vroegere redacteurs, Joep Kruijsen.

Daardoor kan iedereen zich nu ook onderdompelen in de intussen verdwenen wereld van ‘den boer’, de molenaar, de mutsenmaker en nog veel meer. Daarnaast kun je natuurlijk ook grasduinen in de bekendere dialectwoorden voor kinderspeelgoed, feestdagen, karaktertrekken, voedingswaren enz.

Het WBD was en is nog steeds een wetenschappelijk woordenboek, dat oorspronkelijk thematisch van opzet was. Dat betekent onder meer dat bepaalde thema’s, zoals informele begroetingen of functiewoorden, niet in het woordenboek terecht zijn gekomen. Informatie uit lokale woordenboeken zijn waar mogelijk wel opgenomen, maar slechts zelden wordt een woordenboek integraal erin verwerkt. Daarvoor zijn er gelukkig andere websites in ontwikkeling: woordenbank.be voor de Belgische lokale dialectwoordenboeken en www.meertens.knaw.nl/ewnd voor de Nederlandse.

 

En de niet-Brabanders dan?

Het WBD is ook niet het eerste grote regionale woordenboek dat online komt. Vorig jaar ging het Woordenboek van de Limburgse Dialecten (e-wld.nl) al het wereldwijde web op, en de Zeeuwse woordenschat is al enkele jaren te vinden in de Zeeuwse Woordenbank (www.zeeuwsewoordenbank.nl). De woordenschat van West- en Oost-Vlaanderen is bijna klaar voor een online lancering (WVD). En er is nog goed nieuws: op dit moment loopt er een proefproject waarbij enkele honderden lemma’s uit de drie grote zuidelijke regionale woordenboeken WBD, WLD en WVD worden samengevoegd, zodat er voor de hele zuidelijke regio ook taalkaarten kunnen worden gemaakt. Wordt dus zeker vervolgd.

 

Miet Ooms