Het heilige woordenboek

Kritische opmerking van een luisteraar: "Meneer Hendrickx, de presentatoren van de VRT hebben het de afgelopen weken altijd over het autosalon gehad. Maar in de Grote Van Dale staat dat het de autosalon is." "Dank u wel voor de opmerking. Ik pas het woordenboek aan." "Nee, u begrijpt me verkeerd: u moet tegen uw journalisten zeggen dat ze de autosalon moeten zeggen." "Nee hoor, het autosalon ontbreekt gewoon in het woordenboek." "Mag u dat dan zomaar aanpassen?" "Waarom niet? Als de hoofdredacteur al niet meer aan het woordenboek mag werken ..." Stilte aan de andere kant.

Ik schrik er nog altijd even van als ik hoor hoe de gemiddelde taalgebruiker over de Grote Van Dale denkt. Het lijkt wel alsof dat woordenboek nog heiliger is dan de Bijbel. Wat in het woordenboek staat, is de waarheid waar niet aan valt te tornen. Zelfs van de Bijbel zeggen we tegenwoordig: "Ach, dat moet je allemaal niet zo letterlijk nemen." Maar de Grote Van Dale ...

En toch is een woordenboek geen goddelijke schepping, het is mensenwerk. Voor sommige taalgebruikers lijkt het haast niet te bevatten, maar toch is het zo: de woorden die in een woordenboek staan, zijn daar door mensen in gezet. En waar mensen aan het werk zijn, worden fouten gemaakt en worden dingen over het hoofd gezien.

Over een woordenboek bestaan twee hardnekkige misverstanden: niet alles wat erin staat, is goed, en niet alles wat er niet in staat, is fout. In een woordenboek kun je opzoeken wat een woord betekent. In de Grote Van Dale staat dus - tot grote ontsteltenis van sommige mensen - dat noemen ook gebruikt wordt in de betekenis van heten. Alleen staat erbij dat het niet algemeen, dus geen standaardtaal is. Ja, er staat dus een loeier van een taalfout in het woordenboek, maar er staat wel bij dat het fout is.

Een woord dat niet in het woordenboek staat, is niet per definitie fout. Het woord is misschien te nieuw en bestond nog niet toen het woordenboek gedrukt werd. Of misschien heeft de hoofdredacteur het gewoon nog niet gezien of gehoord. Ik heb ook maar één stel oren en ogen.