gij

In het hedendaagse algemeen Nederlands is gij alleen bruikbaar voor God.

De gebruikelijke aanspreekvormen zijn je (vertrouwelijk) en u (beleefdheidsvorm). Je is bruikbaar voor mensen die we met de voornaam aanspreken (kinderen, sportlieden, vrienden, collega's). Anders zeggen we u.

Het meervoud van je is jullie. Het meervoud van u is u. Is het onduidelijk dat u naar meer dan een persoon verwijst, voeg er dan een verduidelijkend woord aan toe (u allemaal, u beiden) of noem de groep (uw partij, uw vereniging).

Het publiek spreken we in de regel aan met u op Eén, Canvas, Radio 1, Klara en Sporza, en met je op Ketnet, Radio 2, MNM en Studio Brussel. Als een programma of de situatie erom vraagt, kan van die regel afgeweken worden.

In de tegenwoordige tijd is de persoonsvorm bij gij gelijk aan de u-vorm.

  • gij bidt
  • gij hebt
  • gij loopt
  • gij roept
  • gij vindt
  • gij wordt

In de verleden tijd wordt bij onregelmatige werkwoorden de u-vorm + t gebruikt.

  • gij badt
  • gij hadt
  • gij liept
  • gij riept
  • gij vondt
  • gij werdt

In de verleden tijd wordt bij regelmatige werkwoorden de u-vorm gebruikt. De u-vorm + t was al in de zeventiende eeuw verouderd.

  • gij vreesde / vreesdet
  • gij werkte / werktet

De onregelmatige hulpwerkwoorden hebben deze vormen:

  • gij kondt
  • gij waart
  • gij woudt
  • gij zoudt

Eindigt de u-vorm op een korte a gevolgd door één medeklinker die geen d of t is, dan wordt die a een lange aa.

  • u brak - gij braakt
  • u kwam - gij kwaamt
  • u zag - gij zaagt

Ook in de inverse volgorde blijft de t staan.

  • roept gij
  • hebt gij
  • kondt gij
  • kwaamt gij
  • werdt gij

Deel op FacebookShare on Twitter