Genieten

"Dames en heren, ons land ondergaat voor het derde jaar op rij de economische laagconjunctuur. In drie jaar tijd kwamen er 70 000 werklozen bij." De regering schetst een somber beeld aan het begin van haar beleidsverklaring. Maar misschien heeft ze daar zelf meer schuld aan dan ze denkt. "Zeker, de eerste twee jaar van de vorige regering hebben we van de hoogconjunctuur genoten."

Kijk, dat zijn nu onze bestuurders. Wij, gewone stervelingen, denken dat ze zich de naad uit het lijf werken om alles in dit land in goede banen te leiden. Maar nee, twee jaar lang hebben ze van de hoogconjunctuur genoten. Zijn ze zich dan twee jaar lang aan eten, wijn en ander lekkers te buiten gegaan?

Genieten en genieten van zijn twee heel verschillende dingen. Dat ene kleine woordje van maakt een wereld van verschil uit. Genieten van houdt in dat je ergens plezier aan beleeft. Over een paar dagen hoop ik te zullen genieten van de stralende zon. Bij wijze van voorbeeld tenminste, want ik hou niet van hitte en geniet minstens evenveel van een koude winterdag.

Genieten zonder meer - lees: zonder van - is een beetje chiquer woord voor hebben of krijgen. Wie veel verdient, geniet (heeft) een hoog inkomen. Wie bij de VRT werkt, geniet een paar voordelen: die kan bijvoorbeeld in onze boetiek boeken en cd's goedkoper op de kop tikken. Wie een opleiding voetmassage genoten heeft, kan daar ook - als hij tenminste tegen kietelen kan - van genoten hebben.

Laat ik de regering maar het voordeel van de twijfel gunnen. Ik neem aan dat zij niet van de hoogconjunctuur genoten heeft, maar dat het land een periode van hoogconjunctuur genoten - zonder van - heeft. Of ben ik nu naïef?