De Grote Taalpeiling - Tussentaal is overal

logo

 

In 80% van de Vlaamse gezinnen wordt tussentaal gebruikt. Dat is een van de vaststellingen uit De Grote Taalpeiling, een onderzoek van Radio 1, De Standaard en de Taalunie. Daaruit blijkt ook dat jongeren een hoger taal-IQ hebben dan ouderen.

Met De Grote Taalpeiling onderzochten Radio 1, De Standaard en de Taalunie de houding van de Vlamingen tegenover tussentaal, dialect en het gebruik van vreemde woorden. De resultaten werden vanmorgen voorgesteld in het Radio 1-programma Hautekiet en kaderen binnen de taalweek “Hautekiet maakt spraak”.

Dit zijn de belangrijkste conclusies:

  • Tussentaal is alomtegenwoordig in Vlaanderen. In 80% van de Vlaamse gezinnen wordt tussentaal gebruikt. “Verkavelingsvlaams” wordt ook meer en meer buiten een familiale en informele context gebruikt en wordt vaker op het werk gesproken.
  • De gij-vorm is alles behalve aan het uitsterven. 78% praat met partner in de gij-vorm. 59% gebruikt ‘gij’ op het werk.
  • De opkomst van de tussentaal betekent niet per se de teloorgang van de dialecten. Over het algemeen blijken jongeren wel minder vaak echt dialect te spreken dan hun ouders. Nog 40% van de ouders zegt dialect te gebruiken met hun kinderen, terwijl 65% van diezelfde ouders nog dialect spreekt met hun ouders.
  • 45% vindt dat Engels tweede taal mag worden in Vlaanderen. 51% blijft bij het Frans.
  • Jongeren (-34) doen het beter op de Taal-IQ-test dan ouderen (35-54j en 55+).

De bevraging in De Grote Taalpeiling gebeurde bij 1004 Nederlandstaligen. De maximale foutenmarge bedraagt 3,1%.


Tussentaal is overal

In tachtig procent van de Vlaamse gezinnen is "tussentaal", ook wel Verkavelingsvlaams of omgevingstaal genoemd, de gangbare spreektaal. Ook met vrienden spreekt driekwart van de deelnemers aan het onderzoek meestal tot altijd tussentaal.

Maar ook buiten de familiale en informele sfeer verspreidt de tussentaal zich steeds meer. Zestig procent van de Vlamingen zegt ook op het werk met de collega's vaak of altijd tussentaal te spreken, en één op drie praat het zelfs vaak met zijn baas.

Tussentaal zal mogelijk nog verder oprukken. Jongeren zeggen immers veel vaker tussentaal te gebruiken dan 55-plussers, wat erop wijst dat het gebruik ervan in de toekomst nog zal toenemen. 55-plussers storen zich er in het algemeen vaker aan dan jongeren wanneer hun collega's geen Standaardnederlands spreken. Ruim de helft van hen (53 procent) vindt dat zeker in vergaderingen standaardtaal gesproken zou moeten worden, tegenover slechts 37 procent van de -34-jarigen.

Decennia geleden voorspelden taalkundigen het uitsterven van de gij-vorm. Niets is minder waar. 78% praat met zijn of haar partner in de gij-vorm. Met collega’s zegt nog 59% de gij-vorm te gebruiken.


Dialect op de terugweg?

Dat tussentaal populair is, betekent nog niet dat het dialect op korte termijn ten dode is opgeschreven. 86 procent van de ondervraagden vindt het dialect een verrijking voor onze taal en zou het erg vinden als het dialect van zijn of haar streek zou verdwijnen.

Het gebruik ervan beperkt zich echter, veel meer dan dat van de tussentaal, tot de informele omgeving. Ongeveer twee derde praat vaak tot altijd dialect met ouders en partner, en meer dan de helft (57 procent) ook met vrienden. Dat heeft er vermoedelijk mee te maken dat ruim de helft (51 procent) het moeilijker vindt om familiair te zijn met iemand in het Standaardnederlands. Bijna de helft (40 procent) zegt ook zich meer op zijn gemak te voelen als mensen dialect spreken.

In de werkomgeving is dialect veel minder vaak de gebruikelijke spreektaal: slechts 37 procent spreekt het meestal met collega's, en minder dan één op vijf praat meestal dialect met zijn baas of met onbekenden.

Opmerkelijk is dat mensen naar eigen zeggen vaker dialect spreken met hun ouders (65 procent vaak of bijna altijd) dan met hun kinderen (40 procent). Over het algemeen blijken jongeren ook minder vaak echt dialect te spreken dan ouderen.


Engels contra Frans. Jong contra oud.

8 op 10 jongeren (-34 jaar) beweert een goede kennis te hebben van het Engels. Bij 55-plussers is dat net de helft. De Franse taal geeft een omgekeerd beeld. Op de vraag wat in Vlaanderen de tweede taal zou moeten zijn, geeft 51% nog steeds de voorkeur aan het Frans. 45% vindt dat het Engels voortaan tweede taal moet worden.
De generaties zijn het ook niet eens wat betreft het gebruik van vreemde woorden in het Nederlands. 64% van de -34-jarigen vinden woorden uit andere talen een echte verrijking voor onze taal. Bij de groep 35-54-jarigen gaat het om 54% tegenover nog maar 37% van de 55-plussers.


Kent de jongste generatie haar taal niet meer? Nee dus.

De 1000 deelnemers van de enquête kregen een taalintelligentietest voorgelegd. Gemiddeld scoren jongeren beduidend beter op de taaltest. -34-jarigen halen gemiddeld 76%, 35 tot 54-jarigen gemiddeld 72% en 55-plussers nog 67%. Doemdenken rond taal lijkt ongepast.

Your device does not support this media type
Popout

Hautekiet maakt spraak - 1

Radio 1
7 november 2013

Your device does not support this media type
Popout

Hautekiet maakt spraak - 2

Radio 1
8 november 2013